• Boek 3 Artikel 81 (3:81 BW)

    Vestiging en tenietgaan beperkt recht

    1. Hij aan wie een zelfstandig en overdraagbaar recht toekomt, kan binnen de grenzen van dat recht de in de wet genoemde beperkte rechten vestigen. Hij kan ook zijn recht onder voorbehoud van een zodanig beperkt recht overdragen, mits hij de voorschriften zowel voor overdracht van een zodanig goed, als voor vestiging van een zodanig beperkt recht in acht neemt.
    2. Beperkte rechten gaan teniet door:
      1. het tenietgaan van het recht waaruit het beperkte recht is afgeleid;
      2. verloop van de tijd waarvoor, of de vervulling van de ontbindende voorwaarde waaronder het beperkte recht is gevestigd;
      3. afstand;
      4. opzegging, indien de bevoegdheid daartoe bij de wet of bij de vestiging van het recht aan de hoofdgerechtigde, aan de beperkt gerechtigde of aan beiden is toegekend;
      5. vermenging;
    3. Afstand en vermenging werken niet ten nadele van hen die op het tenietgaande beperkte recht op hun beurt een beperkt recht hebben. Vermenging werkt evenmin ten voordele van hen die op het bezwaarde goed een beperkt recht hebben en het tenietgaande recht moesten eerbiedigen.

    Toelichting


    Op grond van artikel 3:81 BW kennen we een gesloten stelsel van beperkte rechten. Beperkte rechten kunnen worden gevestigd op zaken door de eigenaar van die zaak.

    Hoe komen beperkte rechten tot stand?

    Beperkte rechten kunnen ontstaan doordat de eigenaar van een zaak een rechtshandeling verricht samen met degene aan wie het beperkte recht toekomt. Een beperkt recht kan dus alleen voor een rechtshandeling ontstaan. Op grond van artikel 3:98 BW geldt hetgeen is bepaald in afdeling 3.4.2 BW ook voor de vestiging van beperkte rechten. Beperkte rechten moeten gevestigd worden op dezelfde manier als waarop het goed waarop ze rusten overgedragen zou moeten worden. De overdracht van goederen wordt geregeld in artikel 3:84 BW. Soms kunnen beperkte rechten ook ontstaan op basis van de wet, zoals bijvoorbeeld een pandrecht. Een beperkt recht kan op verschillende manieren tenietgaan. Het hangt van de manier waarop het beperkte recht is geregeld. Er kan een tijdslimiet bestaan, dus dat het beperkte recht voor een bepaalde duur is gevestigd. Na verloop van tijd gaat het beperkte recht dan teniet. Als een beperkt recht tegelijkertijd ook een afhankelijk recht is, dan gaat het beperkte recht teniet als het hoofdrecht ook tenietgaat. Als een pandrecht is gevestigd op een vordering, dan gaat het pandrecht teniet als de vordering wordt voldaan. Dus als de vordering tenietgaat.

    Soorten beperkte rechten

    Als we het hebben over beperkte rechten met betrekking tot goederen kennen we twee soorten beperkte rechten. Genotsrechten en zekerheidsrechten.

    • Genotsrechten: een genotsrecht is een beperkt recht dat iemand de bevoegdheid geeft het goed of de zaak van een ander te gebruiken en het genot te hebben. Voorbeelden van genotsrechten zijn een vruchtgebruik en een erfdienstbaarheid. Elk genotsrecht verschilt van elkaar. Soms mag iemand heel ver gaan in het gebruik en genot van het goed of de zaak van een ander. Maar soms is dit ook een stuk beperkter.
    • Zekerheidsrechten: de wet kent een gesloten stelsel van zekerheidsrechten. Dit betekent dat alleen de in de wet genoemde rechten gevestigd kunnen worden ter zekerheid. Iemand kan niet zelf een zekerheidsrecht bedenken. De wet kent twee zekerheidsrechten. Het pandrecht en het hypotheekrecht. Zekerheidsrechten zorgen ervoor dat een schuldeiser zeker(der) weet dat hij zijn geld terug krijgt.

    Absolute werking

    Beperkte rechten hebben absolute werking. Dit betekent dat zij ook tegen derden kunnen worden ingeroepen. Als iemand een beperkt recht heeft op een huis van een ander, dan kan diegene zijn beperkt recht ook inroepen tegen schuldeisers van de eigenaar van het huis. De schuldeisers moeten het beperkte recht van diegene dan respecteren.

    Jurisprudentie


    Geen jurisprudentie beschikbaar.