Procesrecht

Het procesrecht regelt het proces voor de rechter. Vaak wordt ook wel van formeel recht gesproken. We kennen drie verschillende vormen. Het strafprocesrecht, het burgerlijk procesrecht en het bestuursprocesrecht.

Burgerlijk procesrecht

Het burgerlijk procesrecht geeft alle regels die gelden voor een gerechtelijke procedure tussen twee private partijen. Het regelt hoe je een procedure aanhangig moet maken, welke termijnen er gelden, de manier waarop wordt geprocedeerd enzovoort. De belangrijkste wetten hieromtrent staan in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Wet op de Rechterlijke Organisatie.

Bevoegdheid van de rechter

In het procesrecht worden verschillende eisen aan de bevoegdheid van de rechter gesteld. De burgerlijke rechter is namelijk een rest-rechter. Als je voor een bepaald geschil niet naar de bestuursrechter hoeft, dan ga je naar de burgerlijke rechter. Er bestaat een onderscheid tussen de kantonrechter en de rechtbank. Het hangt van de aard van het geschil af naar welke rechter je moet. Ook het financiële belang speelt hier een rol. De kantonrechter is bevoegd om huurgeschillen, arbeidsrechtelijke geschillen en geschillen inzake consumentenkoop te beslechten. Ook als het gaat om vorderingen tot € 25.000 is de kantonrechter bevoegd. Het gaat hier vaak om geschillen waarbij de gedaagde een wat zwakkere partij is. Een huurder of werknemer staat minder sterk tegenover een verhuurder of werkgever. Bij de kantonrechter hoeft de gedaagde dan ook geen griffierechten te betalen. Daarom moet de kantonrechter in dit soort zaken de procedure behandelen.

Dagvaardingsprocedure

In het civiele recht kan je een geschil aanhangig maken door middel van een dagvaarding. Vandaar dat er ook gesproken wordt van een dagvaardingsprocedure. Met de dagvaarding maakt de eiser duidelijk wat hij van wie vordert en waarom. Daarnaast vermeldt de dagvaarding wanneer en op welke locatie de gedaagde moet verschijnen. De dagvaarding wordt door een gerechtsdeurwaarder betekent aan de gedaagde. Een geschil kan ook aanhangig worden gemaakt door middel van een verzoekschrift. Er is dan sprake van een verzoekschriftprocedure. Meestal heeft dit betrekking op het personen- en familierecht.

Bodemprocedure

Nadat de gedaagde de dagvaarding heeft ontvangen en is opgeroepen om te verschijnen, wordt de zaak aanhangig gemaakt op een rolzitting. Eerst zullen partijen hun stukken schriftelijk indienen. Daarna volgt er meestal een fysieke zitting. Dit wordt ook wel de comparitie van partijen genoemd. De rechter kan dan vragen stellen aan de eiser of de gedaagde. En zij hebben beide de mogelijkheid om hun standpunten een keer mondeling toe te lichten. Er komt een einde aan de bodemprocedure zodra de rechter een vonnis wijst.

Rechtsmiddelen

Als een van de twee partijen het niet eens is met het vonnis van de rechter, bestaan er verschillende rechtsmiddelen om hier tegenop te komen. Iemand kan in hoger beroep en daarna nog een keer in cassatie.

Hoger beroep

Bij hoger beroep wordt de hele zaak opnieuw beoordeeld door een hogere rechter, het Gerechtshof. De rechter gaat dus opnieuw alle feiten en bewijs beoordelen. Er is sprake van een inhoudelijke beoordeling. Ja kan niet altijd in hoger beroep. Er bestaat een grens van minimaal € 1750. Als je vordering lager is dan dat, bestaat er geen mogelijkheid tot hoger beroep. Daarnaast geldt er een termijn van drie maanden. Dat betekent dat je binnen drie maanden na de uitspraak van de lagere rechter in hoger beroep moet gaan. Belangrijk hierbij is dat er verplichte procesvertegenwoordiging geldt. Dat betekent dat je bij zaken in hoger beroep altijd moet worden bijgestaan door een advocaat.

Cassatie

Als je het ook niet eens bent met de uitspraak van het Gerechtshof, kan je nog in cassatie. Dan wordt de zaak voorgelegd aan de Hoge Raad. Hier is echter geen sprake van een inhoudelijke beoordeling. De Hoge Raad kijkt niet opnieuw naar de feiten en het bewijs, maar kijkt of de lagere rechters het recht juist hebben toegepast. Daarnaast kijken zij of de juiste gerechtelijke procedure is gevolgd en of de uitspraak van de lagere rechters voldoende en juist gemotiveerd is.

Verzet

Als de gedaagde niet is verschenen in de procedure, wijst de rechter een verstekvonnis. Als de gedaagde het niet eens is met deze uitkomst, kan die nog in verzet. Deze verzetsprocedure wordt bij dezelfde rechter gevoerd als die het verstekvonnis heeft gewezen. De zaak wordt dan heropend. De gedaagde kan in verzet door een dagvaarding uit te brengen. Dit moet binnen een termijn van vier weken. Daarna is verzet niet meer mogelijk.