• Boek 6 Artikel 22 (6:22 BW)

    Opschortende en ontbindende voorwaarde

    Een opschortende voorwaarde doet de werking der verbintenis eerst met het plaatsvinden der gebeurtenis aanvangen; een ontbindende voorwaarde doet de verbintenis met het plaatsvinden der gebeurtenis vervallen.

    Toelichting door Mathieu Vreeswijk

    Mathieu Vreeswijk

    Advocaat Procesrecht & Vastgoedrecht bij Flinck Advocaten

    Neem contact op

    Artikel 6:22 BW geeft de mogelijkheden voor het ontstaan van een voorwaardelijke verbintenis: namelijk door een ontbindende ofwel een opschortende voorwaarde. Een ontbindende voorwaarde betekent dat, als een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt de verbintenis komt te vervallen. Zolang de gebeurtenis niet plaatsvindt bestaat de verbintenis. De ontbindende voorwaarde heeft geen terugwerkende kracht. Dit betekent dat wat reeds is geleverd of gepresteerd niet onverschuldigd is. Wel ontstaat een zogenaamde ongedaanmakingsverbintenis: de schuldeiser is dan verplicht de verrichte prestaties ongedaan te maken.

    Bij een opschortende voorwaarde geldt de verbintenis pas als een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Tot het moment van de gebeurtenis komt aan de verbintenis daarom geen werking toe.

    Jurisprudentie


    Gerechtshof Amsterdam, 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3431
    Een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst kan met het gesloten stelsel van de regels betreffende beëindiging van de arbeidsovereenkomst onverenigbaar zijn.

    Hoge Raad, 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046
    Als op basis van een opschortende voorwaarde is geleverd, geldt zolang de voorwaarde niet is vervuld dat: zowel de verkrijgen als de vervreemder voorwaardelijk eigenaar. De verkrijger onder opschortende en de vervreemder onder ontbindende voorwaarde.