• Boek 6 Artikel 217 (6:217 BW)

    Aanbod en aanvaarding

    1. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.
    2. De artikelen 219-225 zijn van toepassing, tenzij iets anders voortvloeit uit het aanbod, uit een andere rechtshandeling of uit een gewoonte.

    Toelichting

    Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. Wanneer is er sprake van een aanbod en wanneer van aanvaarding?

    Aanbod

    Een aanbod kan vormvrij geschieden. Op grond van artikel 3:37 BW geldt geen vormvereiste. Niet iedere uitlating kan worden gezien als een aanbod. Er is enige bepaalbaarheid vereist. In de literatuur wordt duidelijk dat pas sprake is van een aanbod indien desbetreffende uitlating de voornaamste elementen van de inhoud van de te sluiten overeenkomst bevat. Indien de wederpartij dan alleen nog ‘ja’ hoeft te antwoorden om een overeenkomst tot stand te laten komen, kan worden gesproken van een aanbod.  Een advertentie waarin een product wordt aangeboden voor een bepaalde prijs kan nog niet worden gezien als een aanbod. Hierover heeft de Hoge Raad in 1981 geoordeeld (Hoge Raad 10 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4177Hofland/Hennis). Indien er sprake is van een advertentie waarin een product voor een bepaalde prijs wordt aangeboden, is er slechts sprake van een uitnodiging om in onderhandeling te treden.

    Als een aanbod eenmaal is gedaan, kan deze op grond van artikel 6:219 BW nog worden herroepen. Iemand kan alleen zijn aanbod nog herroepen voordat het aanbod is aanvaard of voordat de aanvaarding is verzonden. Als je een aanbod hebt gedaan en diegene heeft deze nog niet aanvaard, kan je diegene nog opbellen om te zeggen dat je je aanbod wil herroepen. Als de wederpartij nog geen e-mail of brief verstuurt heeft waarin hij het aanbod aanvaard, is er sprake van een rechtsgeldige herroeping van het aanbod.

    Een aanbod kan ook zijn kracht verliezen, namelijk als het aanbod vervalt. Wordt een schriftelijk aanbod niet binnen redelijke tijd aanvaardt, dan vervalt deze. Bij een mondeling aanbod is dit anders. Als een aanbod mondeling wordt gedaan, dan moet die terstond worden aanvaard. Onmiddellijk dus. Als je een mondeling aanbod niet meteen daarna aanvaardt, dan vervalt het aanbod ook meteen.

    Aanvaarding

    Een aanvaarding moet worden gezien als een gerichte wilsverklaring. Je uit je wil gericht naar de ander, namelijk de aanbieder. Ook dit kan vormvrij geschieden en is niet gebonden aan enig vormvereiste op grond van artikel 3:37 BW. De aanvaarding moet op grond van artikel 6:225 BW wel in overeenstemming zijn met het aanbod. Als iemand jou een rode fiets aanbiedt, kan je niet de groene fiets aanvaarden. Voor zowel het aanbod als de aanvaarding geldt dat beide pas werking hebben indien het de ander heeft bereikt, zo volgt uit artikel 3:37 lid 3 BW. Er is dus pas sprake van een rechtsgeldige overeenkomst indien de aanvaarding van het aanbod de ander heeft bereikt. Bij een schriftelijk aanbod moet dit binnen redelijke tijd. Als een aanvaarding de aanbieder te laat bereikt, dan kan de aanbieder alsnog stellen dat hij de aanvaarding als tijdig beschouwd. Dit kan de aanbieder doen indien hij veel baat heeft bij de totstandkoming van de overeenkomst op grond van artikel 6:223 lid 1 BW.

    Jurisprudentie


    Hoge Raad, 10 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4177 (Hofland/Hennis)
    Een huis te koop aanbieden in een woongids, geldt in beginsel als een uitnodiging is tot onderhandeling. Daarmee is in de regel geen sprake van een aanbod in de zin van artikel 6:217 BW.